Uitspraak waarmee je de ʿumrah begint
Overgeleverde dua
لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ عُمْرَةً
Labbayka Allāhumma ʿumratan.
“Hier ben ik, O Allah, om ʿumrah te verrichten.”
De intentie zelf zit in het hart.
Fase 4 – De iḥrām beginnen
De intentie zit in het hart: je besluit dat je de ʿumrah voor Allah gaat verrichten. Zeg bij het naderen van de mīqāt de uitspraak waarmee je de ʿumrah begint.
لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ عُمْرَةً
Labbayka Allāhumma ʿumratan.
“Hier ben ik, O Allah, om ʿumrah te verrichten.”
De intentie zelf zit in het hart.
اللَّهُمَّ مَحِلِّي حَيْثُ حَبَسْتَنِي
Allāhumma maḥillī ḥaythu ḥabastanī.
“O Allah, mijn plaats om uit de iḥrām te treden is waar U mij tegenhoudt.”
Dit is geen standaardzin die iedereen verplicht hoeft te zeggen. Zij is bedoeld voor iemand die werkelijk vreest te worden verhinderd.