Fase 8 – Na de ṭawāf

Stap 18

Bedek de schouder en bid twee rakaʿāt

Noodzakelijk

Ga indien mogelijk naar een plaats waar Maqām Ibrāhīm tussen jou en de Kaʿbah ligt. Blokkeer de looproute niet. Wanneer het druk is, mag het gebed overal in al-Masjid al-Ḥarām worden verricht.

Nu: bedek je rechterschouder weer

De ṭawāf is klaar. Leg de ridāʾ weer over beide schouders vóór je de twee rakaʿāt bidt.

Geldt alleen voor mannen in iḥrām.

Dua’s bij deze stap

Bij het benaderen van Maqām Ibrāhīm

Qur’anvers

وَاتَّخِذُوا مِنْ مَقَامِ إِبْرَاهِيمَ مُصَلًّى

Wattakhidhū min maqāmi Ibrāhīma muṣallā.

“Neem de standplaats van Ibrāhīm als gebedsplaats.”

Sūrah al-Fātiḥah

Soera

بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ الْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ مَالِكِ يَوْمِ الدِّينِ إِيَّاكَ نَعْبُدُ وَإِيَّاكَ نَسْتَعِينُ اهْدِنَا الصِّرَاطَ الْمُسْتَقِيمَ صِرَاطَ الَّذِينَ أَنْعَمْتَ عَلَيْهِمْ غَيْرِ الْمَغْضُوبِ عَلَيْهِمْ وَلَا الضَّالِّينَ

Bismillāhi r-raḥmāni r-raḥīm. Al-ḥamdu lillāhi rabbi l-ʿālamīn. Ar-raḥmāni r-raḥīm. Māliki yawmi d-dīn. Iyyāka naʿbudu wa-iyyāka nastaʿīn. Ihdinā ṣ-ṣirāṭa l-mustaqīm. Ṣirāṭa lladhīna anʿamta ʿalayhim ghayri l-maghḍūbi ʿalayhim wa-lā ḍ-ḍāllīn.

In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof komt Allah toe, de Heer van de werelden. De Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. De Heerser op de Dag des Oordeels. U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad. Het pad van hen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet van hen op wie de toorn rust en niet van de dwalenden.

Wordt in beide rakaʿāt gelezen bij het gebed na de ṭawāf.

Sūrah al-Kāfirūn

Soera

قُلْ يَا أَيُّهَا الْكَافِرُونَ لَا أَعْبُدُ مَا تَعْبُدُونَ وَلَا أَنتُمْ عَابِدُونَ مَا أَعْبُدُ وَلَا أَنَا عَابِدٌ مَّا عَبَدتُّمْ وَلَا أَنتُمْ عَابِدُونَ مَا أَعْبُدُ لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِيَ دِينِ

Qul yā ayyuhā l-kāfirūn. Lā aʿbudu mā taʿbudūn. Wa-lā antum ʿābidūna mā aʿbud. Wa-lā anā ʿābidun mā ʿabadtum. Wa-lā antum ʿābidūna mā aʿbud. Lakum dīnukum wa-liya dīn.

Zeg: O ongelovigen, ik aanbid niet wat jullie aanbidden, en jullie aanbidden niet wat ik aanbid. En ik zal niet aanbidden wat jullie aanbidden, en jullie zullen niet aanbidden wat ik aanbid. Voor jullie jullie godsdienst en voor mij mijn godsdienst.

Bij voorkeur in de eerste rakaʿah, na al-Fātiḥah.

Sūrah al-Ikhlāṣ

Soera

قُلْ هُوَ اللَّهُ أَحَدٌ اللَّهُ الصَّمَدُ لَمْ يَلِدْ وَلَمْ يُولَدْ وَلَمْ يَكُن لَّهُ كُفُوًا أَحَدٌ

Qul huwa llāhu aḥad. Allāhu ṣ-ṣamad. Lam yalid wa-lam yūlad. Wa-lam yakun lahu kufuwan aḥad.

Zeg: Hij is Allah, de Enige. Allah, de Onafhankelijke van Wie alles afhankelijk is. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En niemand is aan Hem gelijkwaardig.

Bij voorkeur in de tweede rakaʿah, na al-Fātiḥah.

Kaart bekijken